We zijn allemaal anders

We zijn allemaal anders

We willen de kinderen leren om te gaan met verschillen van mening en verschillen in gewoontes, leefstijl, levensbeschouwing, leeftijd, sekse en in cultuur. We werken aan acceptatie en waardering ervan. Naast verschillen zijn er ook overeenkomsten. De kinderen leren dat je dit terugziet binnen de eigen families, de klas, de school en de samenleving

Om goed om te kunnen gaan met verschillen moet je er over kunnen praten. Het gaat om luisteren naar de ander, een mening vormen, van mening kunnen veranderen en een eigen mening verdedigen. Op deze manier willen we vooroordelen tegengaan.

Door een positieve aanpak ervaren de kinderen verschillen als vanzelfsprekend in plaats van eng of vreemd.

In dit blok gaat het om accepteren, tolerantie en waarderen. Dat zijn geen dingen die je via een lesje kunt overdragen. We geven de lessen daarom in projectvorm, waarbij de kinderen de eigen families en de eigen klas verkennen, interviews afnemen en werkstukken maken over verschillende levensbeschouwingen. De kinderen werken in tweetallen of groepjes en bespreken hun bevindingen met de hele klas.

Naast deze lesactiviteiten is de manier waarop wij als leerkrachten zelf omgaan met overeenkomsten en verschillen erg belangrijk. We proberen zo veel mogelijk acceptatie en waardering uit te dragen van overeenkomsten en verschillen in de eigen groep en de school. We maken kinderen bewust van eventuele vooroordelen en geven duidelijke grenzen aan welk gedrag niet meer kan, d.w.z. welk gedrag haaks staat op de bedoelingen van dit blok.

Wij zetten ons in voor een goede voorbeeldfunctie naar de kinderen.

Met de lessen, onze eigen houding en met ondersteuning van de ouders hebben we er alle vertrouwen in dat iedereen het bij ons op school prettig heeft, omdat “anders zijn mag”.

Blok 6: We zijn allemaal anders

Doel: een open houding bij de leerlingen ten aanzien van verschillen tussen mensen.

De lessen zijn gericht op: het leren ontdekken van verschillen en overeenkomsten en over de wijze waarop we met die verschillen om kunnen gaan.

  • In leerjaar 1-2 gaat het om het verkennen van de families van de leerlingen
  • In leerjaar 3 gaat het over verschillen en overeenkomsten in de klas
  • In leerjaar 4 staan verschillen en overeenkomsten tussen families centraal
  • In leerjaar 5 komen verschillen en overeenkomsten in de school aan bod
  • In leerjaar 6 verschillen en overeenkomsten tussen klasgenoten
  • In leerjaar 7 gaat het om levensbeschouwingen
  • In leerjaar 8 wordt onderzocht hoe al deze verschillen een stem krijgen in onze democratische samenleving, en hoe we dat in onze democratische samenleving hebben georganiseerd.

Tip voor thuis:

– Uw kind kan thuis komen met opdrachten over uw gezin en familie. Wij vragen u hierover in gesprek te gaan met uw kind. Het gaat om overeenkomsten en verschillen tussen de gezinsleden, familie met als uitgangspunt dat verschillen er mogen zijn.

– Wees u bewust van eigen oordelen en vooroordelen over milieu, gezin, huidskleur en op welke manier hierover in het eigen gezin gesproken wordt.